Herman Strategier
nieuwsbrief ontvangen?
bestelformulier
foto-album
artikelen en interviews
portretserie 1967
Levensloop
door Lourens Stuifbergen

Herman Strategier wordt op 10 augustus 1912 in Arnhem geboren. Zijn vader is manufacturier en daarnaast als organist verbonden aan de St.-Walburgiskerk en recensent bij een van de plaatselijke dagbladen. Bijna automatisch betekent dit voor de zoon na verloop van tijd het verrichten van hand- en spandiensten bij het orgel: blaadjes omslaan en registreren. Zo leert hij het instrument al vroeg goed kennen.

Nadat Strategier op 17-jarige leeftijd de HBS heeft gehaald meldt hij zich aan bij de R.K. Kerkmuziekschool in Utrecht, een internaat dat enkele jaren eerder door Dr. Cecilianus Huijgens is opgericht. Op dit instituut, waar hij onder meer orgellessen volgt bij Hendrik Andriessen en theorielessen bij Johan Winnubst, heerst een streng regime en worden aan de studenten hoge eisen gesteld. 'Een instelling dus, die over het algemeen te idealistisch gedacht was. Maar als men wilde, kon men op de kerkmuziekschool ontzaglijk veel opsteken. Het nogal straffe rooster van het internaatsleven bood in ieder geval zo goed als geen afleiding. (…) Maar zonder twijfel spoorde het systeem aan tot hard werken' zal Strategier later zeggen.

Na een verblijf van drie jaar in Nijmegen waar Strategier aan de St.-Annakerk werkzaam is volgt in 1935 een aanstelling als dirigent-organist aan de St.-Walburgiskerk in zijn geboorteplaats waar hij zijn vader opvolgt, die kort ervoor is overleden. In deze kerk bouwt hij een nieuw repertoire op en leidt onder meer een uitvoering van de beroemde Missa in die festo van Diepenbrock. Hoewel hij reeds leraar muziektheorie is aan de Arnhemse muziekschool, acht hij het als aanstaand componist van het grootste belang zich nog verder te bekwamen. Bij wie kan hij beter zijn licht opsteken dan bij zijn vroegere leraar Hendrik Andriessen? Vier jaar lang volgt Strategier diens vormleer- en instrumentatielessen, die voor de ontwikkeling van zijn creatieve geest van het grootste belang blijken te zijn.

Waarschijnlijk leert Strategier in 1938, mogelijk via Hendrik Andriessen, de Haarlemse organist en componist Jan Mul kennen. Vanaf januari 1939 is er een voortdurende briefwisseling en ontstaat een hechte vriendschap tussen beider gezinnen, die voor Strategier van levensbelang zal blijken te zijn. Al snel voegt zich Albert de Klerk bij hen, eveneens organist en componist in Haarlem en ook sterk door Andriessen beïnvloed. De drie jonge musici zullen hun leven lang met elkaar bevriend blijven en regelmatig in gezamenlijke projecten optrekken.

Samen met de muziek-calligrafe Annie Bank richten ze in de oorlogsjaren een clandestiene uitgeverij op waar iedereen die belangstelling heeft liturgische muziek en orgelmuziek kan bestellen. In dezelfde tijd neemt hij gedurende enkele maanden de honneurs waar als orgeldocent aan de kerkmuziekschool wanneer Andriessen door de Duitsers wordt gegijzeld en naar Sint Michielsgestel wordt overgebracht.
De aanval op Arnhem in september 1944 dwingt Strategier met zijn jonge gezin de stad te verlaten. Terwijl zijn kerk aan de vlammen ten prooi valt vindt hij uiteindelijk zijn toevlucht bij zijn vriend Jan Mul in Haarlem, over wie hij later zal zeggen dat men 'zijn gulle gastvrijheid ook in zijn muziek kan terugvinden.'

Na de oorlog is Strategier gedurende enkele jaren dirigent-organist van de Jozefkerk in Zeist en wordt hij docent algemene theoretische vakken aan de Kerkmuziekschool en aan de conservatoria van Rotterdam en Utrecht. In 1949 krijgt hij bovendien een aanstelling als docent muziektheorie aan de Rijksuniversiteit van Utrecht.

Ook in 1949 verwerft Strategier zich een belangrijk post, het organistschap van de kathedraal in Utrecht. Hij volgt Hendrik Andriessen op, die al vanaf 1934 aan de kerk is verbonden maar Utrecht nu zal verlaten. Strategier krijgt er de beschikking over een fraai Maarschalkerweerd-orgel, dat op voorstel van Andriessen van een twee-klaviers instrument tot een orgel met drie manualen is omgevormd, en zal dit orgel tot 1963 bespelen. De traditie van de orgelimprovisaties, waarom Andriessen befaamd is, wordt met de komst van Strategier voortgezet. Wouter Paap schrijft: 'Zijn spel was minder gericht op een monumentale samenvatting dan wel op een meditatieve weerspiegeling van de gedachten, welke in de liturgie van de zondag worden overwogen. Hierin openbaarde zich een creatieve persoonlijkheid met een geheel eigen, ingekeerd, maar waakzaam en diep medelevend karakter.'


Strategier wordt benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau wegens zijn grote verdiensten als componist, organist, docent en dirigent (27 februari 1968).

In Strategiers muzikale activiteiten doen zich tussen 1949 en 1959 geen grote wijzigingen voor. De eerste uitvoering in juli 1956 van zijn Rembrandtcantate voor solisten, koor en orkest, in opdracht van de gemeente Leiden geschreven, brengt daarin echter verandering. Naar aanleiding van de grootse première door de verzamelde koren van de stad en het Utrecht Stedelijk Orkest onder leiding van de componist vraagt het Nederlands Madrigaal Koor in Leiden hem enkele jaren later vaste dirigent te worden. Het wordt het begin van een reeks prachtige jaren, die tot 1973 zal duren. Met dit semi-professionele ensemble boekt Strategier veel successen, onder meer werkt hij in het Holland Festival samen met Bruno Maderna. Op zijn programma's staan werken van Palestrina, Sweelinck, Diepenbrock, Poulenc en vele anderen, maar ook eigen composities. Begin 1964 klinkt, wederom met medewerking van het Utrechts Stedelijk Orkest, twee maanden na de moord op de Amerikaanse president Kennedy, het Requiem van Duruflé tijdens een herdenkingsconcert dat door de Amerikaanse ambassadeur wordt bijgewoond. Ook Strategiers eigen 'Requiem in memoriam matris et fratris' uit 1961 wordt verscheidene keren uitgevoerd, onder meer bij Dodenherdenkingen in Leiden en Utrecht.

Zijn werk als docent sluit Strategier in 1977 af. Hoewel hij na zijn werkzaamheden aan de kathedraal in Utrecht geen vaste verbintenis met een kerk meer heeft, speelt hij nog regelmatig in een kleine kerk in Zeist waar hij na zijn Utrechtse periode weer woont. Na zijn verhuizing naar Doorwerth is hij niet meer als actief kerkmusicus werkzaam, zijn compositorische arbeid echter gaat gewoon door. Op 26 oktober 1988 overlijdt Herman Strategier in zijn slaap.

Tweemaal wordt Strategier wegens zijn grote verdiensten onderscheiden, in 1968 als Ridder in de Orde van Oranje-Nassau, in 1973 als Ridder in de Orde van St. Gregorius de Grote.

disclaimer |   webdesign wouter van belle